Weerselosestraat 35
Opmerking

Weerselosestraat 35

Steggink -Erve Telgenkaamp

Het erve Telgenkaamp lag oorspronkelijk aan de zandweg nabij het huidige erve Damink Klumper aan de Dennenkampsweg, zie Dennenkampsweg-wei, De bewoners hebben zich na de sloop van hun oude woning rond 1885 gevestigd op deze plek naast Kloeze erve De Meijer en hebben hun bijnaam meegenomen.

"’t Olde Meijer"

Voordat de familie Telgenkamp aan de huidige Weerselosestraat 35 gaat wonen, staat het plaatsje bekend als ’t Olde Meijer. Het behoort toe aan het ernaast gelegen erve De Meijer, zie Weerselosestraat 33, voorheen ook de Jacobynchoff genoemd. Vanaf midden 16e eeuw en mogelijk al eerder is dit erf het eigendom van het Stift in Weerselo. In een beschrijving van een Legger van het Stift uit 1733 bestaat het erve De Meijer ‘in Groten Agelo’ naast een groot woonhuis uit een ‘lijftugt’. Dit lijftucht- of lijftochthuis is aanvankelijk gebouwd voor de ouders van de boer op het erve De Meijer. Uit doop- en trouwregisters blijkt dat het in die tijd al bewoond wordt door wonners die het huis pachten en de naam van het plaatsje olde Meijer of olde Smeijers overgenomen hebben. Zij pachten het van het Stift, waarbij de huur vaak voor zes jaar wordt vastgelegd. Hun kinderen die geboren worden op het boerderijtje, krijgen veelal de naam van het erf.

Het erf De Meijer wordt in 1738 verkocht, het is echter niet bekend wie de nieuwe eigenaar is. Mogelijk is de boerderij bij die verkoop gesplitst in twee zelfstandige erven, al blijft de naam ’t Olde Meijer of varianten daarvan nog enige tijd bestaan.

Bij de oprichting van het kadaster in 1832 blijkt er in ieder geval sprake te zijn van twee erven, t.w. een ‘groot’ erve Meijer, met kadasternummer B98 aan de huidige Weerselosestraat 33 en een ‘klein’ erve Meijer, nummer B78, het huidige Weerselosestraat 35.

B78 ‘klein’ erve De Meijer - Cramer/Engels

Bernardus Craemer (1755-1844) koopman, later ook fabrikant, blijkt in 1832 eigenaar te zijn van het huis en erf De Meijer B78, groot 1500m2. Hij heeft in en om Ootmarsum vele panden en grond in zijn bezit. In november 1833 ligt er een eis van B. Cramer in de markevergadering Agelo om zijn aandeel in de gemeenschappelijke gronden van het erve Meijer, gecultiveerd door Jannes Meijer (1791-1836), in geld uit te laten betalen. Na het overlijden van Cramer wordt in 1846 gemeenteontvanger Hendrik Engels van Beverforde (1794-1860) uit Ootmarsum de nieuwe eigenaar van dit erf.

Nijhuis/Deeperink

In 1855 verkoopt Hendrik Engels de boerderij aan de zussen Joanna Wiegerink (1798-1859), ook Johanna Nijhuis genoemd, en Zuzanna Wiegerink nunc Neiheuis (1800-1873) van het erve ‘Njoes’ , Korteweg 3. Johanna blijft ongehuwd en na het overlijden van Zusanna in 1874 erft haar schoonzoon Albertus Hendricus Deeperink (1831-1908) uit Reutum het ‘klein’ erve De Meijer . In 1899 wordt een schuur gesloopt op het erve Meijer. Enkele jaren later, in 1906, volgt een boedelscheiding en erft een zoon van Albertus, Jozeph Johannes Deeperink (1861-1931), de boerderij. In 1912 wordt er een bijbouw gebouwd aan het achterhuis en wordt bouw- en weiland toegevoegd aan het perceel, nu groot 7010m2 met kadasternummer B1800. Jozeph Johannes Deeperink” overlijdt in 1931 en zijn dochter Anna Geertruida Maria Deeperink (1905-1968) uit Reutum mag zich vervolgens de nieuwe eigenaar noemen. Rond 1933 wordt de latere Weerselosestraat aangelegd langs het erf en wordt de schuur verbouwd. Het perceel krijgt het kadasternummer B1926.

Steggink/Brons Telgenkaamp

In 1964 wordt het huis verkocht en wordt de bewoner, landbouwer Johan Steggink (1926-1991), Telgenkaamp de nieuwe eigenaar. In 1987 wordt de oude boerderij deels afgebroken en wordt een nieuw woonhuis aangebouwd, met kadasternummer Q790. Rond diezelfde tijd wordt de boerderij verkocht aan de broer van Johan, Gerard Steggink (1928-2014), ook Gait Telgenkaamp.

Erve ’Telgenkaamp’ in 2025 t.o.v. 1832
Gait was in Ootmarsum en omgeving bekend en gewaardeerd als medewerker van de Coöperatieve Landbouwwerktuigen Vereniging, waarvoor hij ongeveer 40 jaar heeft gewerkt. Ook heeft hij zich sterk gemaakt voor de inwoners van Agelo dat ze lid konden worden van de Ootmarsumse voetbalclub KOSC.

In 1999 verhuizen Gerard Steggink (1928-2014) en zijn vrouw Marietje Koertshuis van Ootmarsum naar zijn ouderlijk erf. Rond 2003 wordt de boerderij en woonhuis afgebroken en er wordt een dubbelhuis gebouwd, met perceelnummers Q934 en Q935. Dochter Ceciel Steggink komt vervolgens bij hen op het erf wonen. Zij woont er nog steeds met haar man Willem Brons en kinderen.

De bewoners
Olde Meijer / Meijer

De oudst bekende bewoners van het Olde Meijer zijn Geert Wijcherink en vrouw Henricjen Velthuijs. Rond 1705 worden hun drie kinderen er geboren; zij krijgen de achternaam van het erf ex olde Meijershuijs mee. In 1830 woont wederom een Wijcherink op dit wonnershuis. Het gaat om hun (vermoedelijke) zoon Lubbert Wijcherink, die in 1729 is getrouwd met Mette Smithuijs. Afgaande op de namen van hun kinderen die er geboren zijn, heeft hij het boerderijtje in ieder geval voor zes jaar gepacht.

In 1736 heeft het gezin plaatsgemaakt voor een Meijer, t.w. Hermen Meijer (*1705), oudste zoon van Luken Meijer van het ernaast gelegen hoofderf Meijer. Hij gaat zich int olde Smeijers noemen. Samen met zijn vrouw Ale Weerninck krijgen ze voor zover bekend zes kinderen, waarvan de oudste al jong overlijdt. Tijdens de Volkstelling 1748 wonen ze er nog, met zijn ‘oude arme moeder’. Hij wordt dan Henric genoemd; waarschijnlijk een foutje, aangezien de namen van hun kinderen wel overeenkomen. Oudste zoon Lucas in oude Smeijers huijs (*1737) is vermoedelijk de erfopvolger. Hij treedt in 1768 in het huwelijk met Janna van der Horst (*1748) uit Reutum en er worden zes kinderen geboren. Bij de Volkstelling in 1795 wonen ze er niet meer.

In 1748 woont er nog een tweede gezin in het olde Smeijershuis, t.w. Jan Braek (1707-1806) en zijn vrouw Gebbe Weerninck met drie van hun kinderen, die er ook zijn geboren. Gebbine sterft op vrij jonge leeftijd. Weduwnaar Jan hertrouwt in 1763 en vertrekt met zijn tweede vrouw Gese Hilberink naar het olde Wiegink in Klein Agelo.

Rond 1795 en mogelijk al eerder is Jan in Aude (Meijer) (1759-1829) boer geworden op het wonnershoes. Zijn moeder Hermina Smeijers was voor 1748 met haar ouders in het ernaast gelegen hoofderf Meijer getrokken. Ten tijde van zijn geboorte in 1759 woonde ze kortstondig met haar man op het olde Meijer. Jan trouwt in 1781 met Aele Getkot (1753-1820). Hij noemt zich Meijer, evenals zijn kinderen. In 1795 bestaat zijn huishouden uit 8 personen. Hun zoon Jannes Meijer (1791-1836) zet het ‘klein’ erve De Meijer voort met echtgenoot Euphemia Wieggerink (1800-1849), van erve Wiegert. Het echtpaar krijgt twee zonen en twee dochters. Na het overlijden van Jannes hertrouwt Euphemia in 1737 met Jan Schröer in oude Eppink (1781-1860). Uit het bevolkingsregister 1860-1880 blijkt Jan nog op het boerenerf te wonen met zijn stiefzoon landbouwer Albert Jan Meijer (1827-1897) en stiefdochter Johanna Meijer (1831-1889), beiden ongehuwd. Ook wonen er drie dienstmeiden bij hen in.

"Telgenkaamp" / Scholten / Burink

Begin 1885 verhuist landbouwer Gerardus Telgenkamp (1815-1890) vanuit de Dennenkampsweg naar het ‘klein’ erve Meijer en neemt zijn bijnaam Telgenkaamp mee. Het gezin van zijn dochter Maria Telgenkamp (1850-1930) en haar 2e echtgenoot Gradus Johannes Scholten (1883-1914) vestigt zich er eveneens. Kort daarop overlijdt Gradus Johannes op 30-jarige leeftijd. Een jaar later hertrouwt Maria met Gerhardus Burink (1846-1926). Hun eerste twee kinderen sterven binnen het 1e levensjaar. Daarna wordt nog een dochter geboren, Anna Burink (1889-1962).

Steggink /Brons

Anna treedt in 1916 in het huwelijk met Gradus Steggink (1887-1973) van Hut’n Jan uit Nutter, waarmee de naam Steggink zijn intrede doet op het erve <Telgenkaamp . Het echtpaar krijgt 9 kinderen, waarvan 1 kind al jong overlijdt. Zoon Johan Steggink (1926-1991) zet het boerenbedrijf voort. Hij koopt in 1964 de boerderij van toenmalig eigenaar Anna Geertruida Maria Deeperink. Johan blijft ongehuwd en overlijdt kort na zijn pensioen in 1991. Zijn broer Gerard Steggink (1928-2014) was inmiddels eigenaar van het erf en gaat er rond 1999 met zijn vrouw wonen. Na de nieuwbouw van een dubbelhuis in 2003 trekt het gezin van dochter Ceciel Steggink en Willem Brons bij hen in. Zij wonen er nog steeds. In de volksmond worden ze Telgenkaamp genoemd.



Herkomst: Herman Steigstra

Datum: ± 2020
zoom
2026-10-29 06:19:47